Wetsvoorstel WAB: wijzigingen voor payrolling

Wetsvoorstel WAB: wijzigingen voor payrolling

Er worden een aantal wijzigingen in de payrollregels gemaakt van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Dat betekent dat het voor werkgevers lastiger wordt om gebruik te maken van de payrollconstructie. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het wetsvoorstel, gaan de maatregelen per 1 januari 2020 in.

Er wordt straks een zelfstandig wetsartikel in het Burgerlijk Wetboek opgenomen voor de payrollovereenkomst. Momenteel valt de definitie ‘payrollovereenkomst’ onder een uitzendovereenkomst, waarvoor soepelere regels gelden. Een payrollorganisatie maakt nu gebruik van het uitzendbeding en de bredere ketenbepaling. Door de ketenbepaling is het mogelijk om een payrollwerknemer maximaal zes (in plaats van drie) tijdelijke contracten te geven binnen een periode van maximaal vier jaar (in plaats van twee jaar) voordat hij recht heeft op een vaste overeenkomst via de payrollorganisatie.

Bredere ketenbepaling niet meer van toepassing
Middels de invoering van de WAB is het voor payrollbedrijven straks niet meer mogelijk om gebruik te maken van de bredere ketenbepaling. Dat betekent dat werkgevers minder lang gebruik kunnen maken van dezelfde payrollwerknemer, of de werknemer moet een vast contract van de payrollorganisatie krijgen. Nog een wijziging is dat payrollwerknemers recht krijgen op gelijke arbeidsvoorwaarden als werknemers die niet op payrollbasis in dienst zijn. Ook moeten payrollbedrijven hun payrollwerknemers een verbeterde pensioenvoorziening aanbieden. Wat dit precies betekent zal minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) nog over beslissen.

Kosten stijging in payrolltarief
Door de komst van deze maatregelen stijgen de kosten en worden er hogere tarieven gehanteerd door de payrollorganisaties. De WAB ligt op dit moment bij de Tweede Kamer.

Kritiek op WAB
Uitzendbureaus vinden dat ze veel te ver gaan. Ook reguliere uitzenders dreigen er onder te vallen en dat veroorzaakt rechtsonzekerheid, zegt directeur Jurriën Koops van brancheorganisatie ABU. Ook de FNV heeft kritiek. Bestuurder Erik Pentenga: “Payrollconstructies worden niet gebruikt om flexibel te werken maar om de kosten te drukken. Het is een verdienmodel.

In een artikel in Trouw heeft de directeur van de ABU zijn mening hierover. Hierin komt ook naar voren dat de uitzendbranche de nieuwe regels niet ziet zitten. Zo meent directeur Koops dat het goed is om de regels voor payrolling te verbeteren. Hij signaleert, net als de Raad van State, dat niet goed is omschreven wat payrolling is en hoe zich dat onderscheidt van het uitzenden. “Dat levert veel onduidelijkheid en onzekerheid op. Straks krijgt het uitzenden te maken met regels voor payrollbedrijven. Dat is niet de bedoeling. In deze sector is het goed geregeld met een cao, een pensioenfonds en geregeld contact met vakbonden.”